Een harmonieorkest of kortweg harmonie is een orkest dat bestaat uit blaasinstrumenten en slagwerkinstrumenten.
In tegenstelling tot de fanfare bestaat een harmonie niet uitsluitend uit koperblazers, slagwerkers en saxofoons maar doen ook andere houtblazers als klarinet, dwarsfluit, hobo en fagot mee. Door deze bezetting is de harmonie in staat een groter scala aan nuances te maken.
De bezetting kan van harmonieorkest tot harmonieorkest variëren, maar volgende instrumenten worden voor een bezetting nagestreefd:
Houtblaasinstrumenten
Piccolofluit
Fluit
Hobo
Althobo (Engelse hoorn)
Klarinet
Basklarinet
(Contrabasklarinet)
Fagot
Contrafagot
Sopraansaxofoon
Altsaxofoon
Tenorsaxofoon
Baritonsaxofoon
(Bassaxofoon)
Koperblaasinstrumenten
Hoorn
Trompet
(Bugel)
(Cornet)
Euphonium / Bariton
Trombone
Tuba
Bastuba
Slagwerk
Pauken
Kleine trom
Grote trom
Bekkens
Triangel
Tom-toms
Tamtam / Gong
Buisklokken
Klokkenspel
Xylofoon
Vibrafoon
Marimba
Diverse percussie- en effectinstrumenten
Niet-blaasinstrumenten
Contrabas
(Cello)
Harp
Celesta
Synthesizer / Keyboard
Gitaar
Basgitaar
Een harmonieorkest geeft podiumconcerten of marcheert op de maat van de muziek. Wanneer gemarcheerd wordt, wordt de harmonie soms voorafgegaan door tamboers die achter de tamboer-majoor marcheren. Deze laatste bepaalt het marstempo en het traject. De dirigent bepaalt het repertoria.
Blaasmuziek als concertvorm
In tegenstelling tot het symfonieorkest is het blaasorkest meestal nog niet een algemeen bekende en gewaardeerde orkestvorm. Een en ander is vooral het gevolg van de relatief kortere traditie van deze orkestsoort.
Daarnaast spelen andere factoren een rol, zoals de functie en het repertoire van het blaasorkest. Speelt het symfonieorkest uitsluitend in de concertzaal, het blaasorkest vervult tevens een sociale functie en wordt ingezet bij allerlei gebeurtenissen, waarbij de muziek een onmisbaar element vormt.
De harmonie- en fanfareorkesten kenden (in een tijd, als er nog geen radio of langspeelplaten of Cd's waren) grote verdiensten voor de verbreding van werken van de Weense klassiek. De blaasorkesten speelden deze werken in gemeenten en steden, die meestal over geen symfonieorkest beschikten. Maar deze werken waren niet authentiek voor blazers gecomponeerd.
De blaasorkesten kennen eigenlijk pas sinds de tijd tussen de twee wereldoorlogen een eigen concert-muziekrepertoire. De strijkorkesten beschikken op dat punt al over een eeuwenlang aanbod.
Gedurende de laatste 7 decennia is er een echte ontwikkeling op gang gekomen die het blaasorkest op een hoger plan heeft getild. Geleidelijk aan begint het besef door te dringen - ook bij de vakmensen - dat het blaasorkest een fenomeen is dat een geheel eigen identiteit heeft. Dit imago is gevormd door een streven naar voortreffelijkheid, prestatiegerichtheid en de uitdaging om te excelleren op een hoger niveau. Kortom, een ontwikkeling die aan te duiden is als kwaliteitsverbetering. In een dergelijke situatie worden talenten en capaciteiten van mensen aangesproken en begaafdheden en vermogens tot ontplooiing gebracht.
De blaasmuziek is een vorm van musiceren die zich kenmerkt door een eigen ontwikkelingsgang. De mogelijkheden van het blaasorkest zijn legio; de accenten kunnen op diverse wijzen worden gelegd. Blaasmuziek als concertvorm is een manier van muziekbeoefening die steeds meer terrein wint. Dankzij een steeds beter opgeleid kader en de aanwezigheid van uitstekende originele composities en transcripties van symfonische muziek, groeit de blaasmuziek naar volwassenheid en perfectie.
Een muzieksoort die een zodanige evolutie doormaakt, verdient ook binnen de concertzaal een eerlijke kans te krijgen. Ook blaasmuziek is podiumkunst.
|